Ik moet de deur uit
De dag in
Maar ik heb geen zin
Hoewel het buiten wel heel lekker ruikt
Naar herinneringen
Naar verstoppertje bij de buren
Naar in het water vallen
Naar duizend keer geluk
Want wat wist je daar nou van
Ik moet mijn bed uit
De dag in
Ken je dat?
Dat je zo vaak aan iets terugdenkt,
dat je begint te twijfelen of het wel echt is gebeurd?
Ik wel.
De zon kwam af en toe achter z'n wolk vandaan.
Vooral s'avonds werd alles daar wat mooier door.
Dapper keek ik hem aan.
En ik moest een beetje lachen en ik moest een beetje huilen.
En de zon deed hetzelfde.
Het was waanzinnig bijzonder,
want alleen ik zag het.
Het regent
Heel hard
Al de hele dag
Ik zit binnen
Met m’n rode regenjas
Zo’n hippe
M’n regenlaarsjes staan in de gang.
Ook rood.
Ook heel hip
Als ik daarmee door de regen zou lopen
Zou iedereen jaloers zijn
En als ik dan ook nog eens zou zingen
En in de plassen zou stampen
Dan zou het zo een Franse film kunnen zijn
Zo’n film die iedereen gezien moet hebben
Maar ik blijf binnen
Ik durf niet naar buiten
Ik ben bang dat ik wegspoel
Door de goot
Zo het riool in
En dat ik daar dan nooit meer uit kan
Dus ik blijf binnen
Maar ik trek wel m’n regenlaarsjes aan
En ik eet alle koekjes op
‘Ben je nou nooit moe’ vroeg de schipper aan de zee.
‘Ik ben heel moe. Ik ben altijd al moe geweest’, antwoordde de zee.
En de zee zuchte diep.
En de boot ging op en neer.
‘Maarja’, zuchte de zee.
‘Maarja’ zei de schipper.
Of hij dacht het alleen.