Gedichten op PoeziePlaats.nl
 
Zoek woord of zin: 
Zoek in:
De Poëzieplaats.nl/blog Nieuwsbrief
E-mailadres:
Naar deze discussie groep gaan

Poezieplaats.nl/blogs/mo

Mohammed el Hannoufi, ook wel MOOTJE, een jonge moslim, blogt zijn belevenissen, zijn schrijfsels voor ons op Monday, May 25, 2009  

Aan de grens van de schemering


Aan de grens van de schemering


In alle stilte
Keken we kortstondig elkaar aan.
Ofschoon je daar stond
In je alle mooiste vernis gehuld bent,
Wilden de snaren van mijn hart
Geen wijsje voor je spelen
Noch het vrolijke rijmpje: ik en jij
Evenmin het bittere rijmpje: zonder mekaar

Niets.
Maar dan ook niets kwam ter sprake
Maar als blikken thans konden doden
Dan konden onze blikken waarlijk fungeren
Als onze gulzige lippen om mekaar van weleer

Alleen vond ik het verheerlijkt
Om je gedag uitgedrukt in een traan
Met mijn traan te mogen gedag zeggen
In alle stilte
Oogjes toe
En de rivier van droefenis
Moge weer stromen

Bij de dageraad ademde de stilte
Bittere, onbeantwoorde vragen
Toen ik in mijn koffer der herinneringen
Tussen al dat nietszeggende stukken
Je kinderlijke onschuld terugvond


Ondanks alles schrijf ik wenend:
Ik heb je altijd lief
En leef ik
Aan de grens van de schemering

Verder van jouw gemis.

 

Weggekaapt...

Weggekaapt...

Ik heb geschreven zonder mijn pen
geschreeuwd zonder woorden
gehuild zonder tranen
gestopt bij het begin.

Het regent ginder even
komt de regen ongewild uit de wolken
dan begin jij zomaar te huilen
richt je ogen naar de triomfzuilen
voordat het weer begint te regenen
maar wel voor even
want als ik kon kiezen
dan koos ik echt niet voor mij.

Ik weet dat ik in de tuin van jouw ogen
in mijn eentje aan het strijden ben

ik zal van je blijven houden ook al weet

ik dat mijn aanwezigheid nu, voor even is
en ik weet dat ik de strijd zal verliezen.

Desondanks wilde ik je dit schrijven
aan de vogels het doorvertellen
en de anderen het laten horen
aan mijn kinderen vertellen
en zij aan hun kinderen het laten lezen.

Besef wel dat ik schreef toen ik je zag
en het meteen in het lied wilde zingen
ik wilde het jou laten zien
en zeggen dat ik een gedicht
geschreven heb
die ik je nooit heb laten lezen.

Maar toen ik er net mee wilde beginnen

Hebben zij, mijn pen weggekaapt...

Labels:


 

Rosa, het roosje...


Rosa, het roosje...

Deel 2

Ik leg een denkbeeldige pad aan en wil, alleen, voorzichtig op gaan lopen. Nu ben ik niet meer de eenzame voetganger; jij belicht , met je sterren, ogen mijn weg. Wees het licht op mijn pad –verdwalen wil ik niet- en doe het licht pas uit als mijn ogen dicht zijn en ik naast jou lig doe het licht uit nadat je mij een sprookje hebt voorgelezen uit 1001 nacht en ik in je armen vredig in slaap val. Licht me bij. Ik ben dat groot kind met dat hartje zoals alle kinderen, maar ik ben geen vier jaartjes oud. Want als je maskers draagt doe ze bijdeze uit en blijf jezelf. Dát is, voor dit groot kind, de schoonheid van de vrouw.Je ogen zijn mijn licht, je innerlijk mijn spiegel. De dagen dat je niet bij me bent, zijn donker, somber en ellendig -de smaak bespaar ik jou...Schitterend vind ik jouw lach. Schitterend als je bij me bent. Een ster, geplukt uit duizend sterren van de nacht. Ook al ben je net gearriveerd, of je staat al op het punt te vertrekken en hoe erg ik dat ook vindt- toch blijf ik van je houden. Wat gaat de tijd snel als ik met jou ben...Vanaf de eerste blik intrigeerde je me. Vanaf het moment dat je uit de tram stapte en gehaast op de bank ging zitten zoekend naar iemand die je via de ramen van de tram zag. Je probeerde me te bellen, maar ik voelde rillingen al er de vlinders wilde gaan vliegen en nam bewust niet op. Ik wist dat jij , die tegenover mij was, mijn ster moest zijn, de zon die de stralen alle kanten de vrije wil gaf, ik voelde de warmte en liep richting jou.Toen je mijn handen aanraakte leek het alsof je m’n lichaam binnendrong. Dat onbeschrijfelijk gevoel vergeet ik nooit meer.Nu ik er aan terugdenk, mis ik je weer.Ik mis je heimelijke, hartstochtelijke liefde. Ik mis alles van jou.In de tuinen van de liefde loop ik even met jou en plukken we samen de verbode vruchten en hopen dat we niet afd(w)alen van waar we zijn, in de wolken, naar beneden. Belandend op het strand, kijkend naar de zonsondergang.Je belde me zo onverwachts ik vergat de koffie en de kou
En de mensen om me heen
Ik nam een slokje van m’n inmiddels koude koffie
Om de pijn van het gemis te verkoelen.
Je zachte woorden smaakten
Naar het zachte wind op m’n lippen
Even dacht ik dat je me stiekem kuste om afscheid te nemen
Je naderde je bestemming en stapte uit
Ik hou van je, zei je
En, hing op...

De liefde, een mooie witte roos. De kinderen blijven met sneeuw spelen.
Rosa’ wordt een pareltje. Mooier nog als je het nog in een vaas doet...
En een plaatsje in je hart geeft...

 

Proost op je verdriet

Hoe zal ik beginnen, als ik het over jou heb. God mag het weten.
Ik zal een poging wagen, maar verwacht er ook niet veel van.
isteren dacht ik nog aan je en stelde mij voor dat ik je een brief schreef.

Waarom schrijf ik je dit?
Je afscheidsgedicht heb ik gisteren per toeval gelezen en dat heeft me aan het denken gezet.
Het waren mooie woorden, wellicht met een betekenis. Echter, nu ik eraan terug denk en mij voorstel wat ik je toen als antwoord terug zou schrijven, dan kom ik woorden tekort.
Ik droomde gisteren, alleen, weet ik niet meer waar die droom over ging. Jammer.
Ik schrijf je dit, niet omdat ik iets voor je voel of omdat ik je mis. Nee, verre van dat zelfs.
Je afscheidsbrief had je mooi verwoord en je nam de tijd ervoor. Je wist niet wat je wilde, mij laten gaan kon je niet, je zocht woorden, maar je vond ze niet. Je probeerde me uit te leggen hoe je tot een dergelijk besluit kwam, en dat begreep ik niet. Jij, besluit nemen, ik begrijp het niet meer. Ik wil ook geen uitleg achteraf, immers een grap achteraf snappen is ook niet meer leuk.
Ik wil ook geen antwoord op mijn vragen. Ik stel ze wel, maar doe geen moeite om ze te antwoorden. Ik wil ook geen reactie hierop. Over een jaar of twee, zoals ik het nu doe, wellicht dat ik je briefje dan lees. Ik heb je briefje toen meteen verwijderd, maar ik kanmijwel een paar woorden herinneren uit je gedicht, misschien dat ik je zo toch kan troosten, “Je was als een kaars die voor me brandde”, schreef je me. En nog meer van die leuke zinnen.
Ik bedank je voor je moeite, echter je woorden deden me niets. Misschien klink ik nu hypocriet; ik heb daar wel mijn redenen voor als het zo is, maar ik ben alles behalve hypocriet en dat weet jij ook. Ik heb nagedacht om je een gedicht te schrijven alsreactie op jouw gedicht, maar helaas, ik bespaar je mijn woorden.Ik wil je ook niet in de waan laten -dat ik meen wat ik dicht.
Zonde.

Onder het genot van een kopje koffie en de stem van AbdelMoula die vanuit de boxen weerklinkt: “Bay Bay, Beslama, Máhla Frakek. ‘Ya Geti Nsini Men Balek’’,
[ Dag liefje, Het gaat je goed, Wat is je afscheid toch verrukkelijk, O Jij, vergeet me, wil je!] .

Sluit ik af.

Proost op je verdriet!

Auteur: M. el Hannoufi

Labels:


 

Mijn moeder, de Vrouw...

Mijn moeder, de Vrouw...

Gedachten stromen, gedachten komen, gaan.
Mijn leven, mijn ziel. De liefde voor haar
Mijn ziel, zij. De warmte, haar ogen.
Zij is de liefde die ik elders niet krijgen kan
Zij is mijn alles, mijn maatje, mijn vriendin
Mijn toeverlaat, mijn hartje.

Mijn Moeder, de liefde voor de vrouw
die me heeft leren leven en lijden, lachen.
Wanneer en waar het maar kan
Voor mijn Moeder, de Vrouw...

M. el Hannoufi

 

Jij. En de rest komt later...


Jij bent de reden van mijn bestaan...


Zonder jou was ik een wrak

op een verlaten weg

jouw ogen -bruin en zò beeldig- spreken boekdelen.

Kijk in mijn ogen

en zie mijn hart spreken

mijn vingers spelen

op de piano

het lied: Jij bent de reden

van mijn bestaan...


By: Mohammed el H.©

Labels:


Archives

March 2008   May 2009   February 2010  

This page is powered by Blogger. Isn't yours?

Subscribe to Posts [Atom]

IK BEN MO


 

Er ís een plaats voor Poëten